To Theo van Gogh. The Hague, Monday, 17 March 1873.
Leo Jansen
Hans Luijten
Nienke Bakker
Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW)
info@huygens.knaw.nl
Van Gogh Museum
Amsterdam
2009
vangoghletters.org/orig/let005
Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International (CC BY-NC-SA 4.0)
005
5
005
Vincent van Gogh
Theo van Gogh
The Hague
Monday, 17 March 1873
To Theo van Gogh. The Hague, Monday, 17 March 1873.
Uncle Hein’s illness (3)
Original manuscript
Amsterdam, Van Gogh Museum, inv. no. b5 V/1962
Letter headed: ‘den Haag 17 Maart 1873’.
den Haag 17 Maart 1873
Waarde Theo,
Het wordt tijd dat
je weer eens iets van mij hoort, &
ik ben ook verlangend om te
hooren hoe het je gaat & hoe
of het met Oom Hein is, en hoop
dus dat je mij als je tijd kunt
vinden eens schrijven zult.
je weer eens iets van mij hoort, &
ik ben ook verlangend om te
hooren hoe het je gaat & hoe
of het met Oom Hein is, en hoop
dus dat je mij als je tijd kunt
vinden eens schrijven zult.
Je hebt zeker al gehoord dat ik
naar Londen ga, & dat waar-
schijnlijk heel spoedig. Ik hoop
zoo wij elkaar voor dien tijd
nog eens zien zullen.
naar Londen ga, & dat waar-
schijnlijk heel spoedig. Ik hoop
zoo wij elkaar voor dien tijd
nog eens zien zullen.
Als ik maar eenigzins kan, ga
ik met Paschen naar Helvoirt,
maar dat zal afhangen van
de nouveautés, waar Iterson
mede op reis gaat. Voor hij [2]
terug is zal ik niet weg kunnen.–
ik met Paschen naar Helvoirt,
maar dat zal afhangen van
de nouveautés, waar Iterson
mede op reis gaat. Voor hij [2]
terug is zal ik niet weg kunnen.–
Het zal te L. een heel ander
leven voor mij zijn, daar
ik waarschijnlijk alleen op een
kamer zal moeten wonen &
dus voor veel zaken zal
moeten zorgen waar ik
nu geen last van heb.
leven voor mij zijn, daar
ik waarschijnlijk alleen op een
kamer zal moeten wonen &
dus voor veel zaken zal
moeten zorgen waar ik
nu geen last van heb.
Ik ben zeer verlangend om
L. te zien, zoo als je wel denken
kunt, maar toch spijt het mij
van hier te moeten gaan.
Nu het bepaald is dat ik weg
moet merk ik pas hoe ik
aan den Haag gehecht ben.
Maar enfin, dat is nu niet
anders & ik ben van plan
de dingen maar niet te zwaar
op te nemen.– Ik vind het heerlijk
voor het Engelsch, ik kan dat
wel goed verstaan, maar spreken
gaat toch lang zoo goed niet
als ik zou willen.
[3]
L. te zien, zoo als je wel denken
kunt, maar toch spijt het mij
van hier te moeten gaan.
Nu het bepaald is dat ik weg
moet merk ik pas hoe ik
aan den Haag gehecht ben.
Maar enfin, dat is nu niet
anders & ik ben van plan
de dingen maar niet te zwaar
op te nemen.– Ik vind het heerlijk
voor het Engelsch, ik kan dat
wel goed verstaan, maar spreken
gaat toch lang zoo goed niet
als ik zou willen.
Van Anna heb ik gehoord
dat je je portret hebt laten
maken, als je er nog een
missen kunt recommandeer
ik mij.
dat je je portret hebt laten
maken, als je er nog een
missen kunt recommandeer
ik mij.
Hoe gaat het met Oom Hein,
zeker wel niet beter & hoe
maakt Tante het. Kan
Oom zich nog al bezig houden,
& heeft hij veel pijn. Groet
hen hartelijk voor mij, ik
denk zoo dikwijls aan hen.
zeker wel niet beter & hoe
maakt Tante het. Kan
Oom zich nog al bezig houden,
& heeft hij veel pijn. Groet
hen hartelijk voor mij, ik
denk zoo dikwijls aan hen.
Hoe gaat het in de zaak, zeker
zal het wel druk zijn; bij ons
ook.─ Je zult nu al zoo wat
op de hoogte komen.
zal het wel druk zijn; bij ons
ook.─ Je zult nu al zoo wat
op de hoogte komen.
Hoe is het in je kosthuis, blijft
dat bevallen, dat is een voornaam
ding.─ Je moet mij vooral
meer schrijven wat je alzoo ziet.
Ik ben Zondag voor 14 dagen
naar Amsterdam geweest, om
eene tentoonstelling te zien
van de schilderijen die van hier naar
Weenen gaan. Dat was zeer
interessant & ik ben nieuwsgierig [4]
wat voor figuur de Hollanders
te Weenen maken zullen.
dat bevallen, dat is een voornaam
ding.─ Je moet mij vooral
meer schrijven wat je alzoo ziet.
Ik ben Zondag voor 14 dagen
naar Amsterdam geweest, om
eene tentoonstelling te zien
van de schilderijen die van hier naar
Weenen gaan. Dat was zeer
interessant & ik ben nieuwsgierig [4]
wat voor figuur de Hollanders
te Weenen maken zullen.
Ik ben zeer nieuwsgierig naar
de Engelsche schilders, wij zien
daar zoo weinig van, daar bijna
alles in Engeland blijft.
de Engelsche schilders, wij zien
daar zoo weinig van, daar bijna
alles in Engeland blijft.
Te Londen is van Goupil geen winkel
maar er wordt alleen aan den
handel geleverd.
maar er wordt alleen aan den
handel geleverd.
Oom Cent komt in ’t laatst van deze
maand hier/ ik verlang zeer van
hem nog een & ander te hooren.
maand hier/ ik verlang zeer van
hem nog een & ander te hooren.
Bij Haanebeek & Tante Fie vragen
zij gedurig naar je & laten zij
je groeten.
zij gedurig naar je & laten zij
je groeten.
Wat heerlijk weer tegenwoordig, ik
profiteer er maar zooveel van
als ik kan, verl. Zondag ben ik al
met Willem uit roeien geweest.
Wat zou ik dezen zomer nog graag
hier gebleven zijn, maar wij moeten
het maar nemen zoo als het is.
En nu, adieu, heb het goed & schrijf
mij eens. Zeg Oom & Tante,
Schmidt & Eduard voor mij goeden
dag. Ik hoop maar op Paschen. Steeds
profiteer er maar zooveel van
als ik kan, verl. Zondag ben ik al
met Willem uit roeien geweest.
Wat zou ik dezen zomer nog graag
hier gebleven zijn, maar wij moeten
het maar nemen zoo als het is.
En nu, adieu, heb het goed & schrijf
mij eens. Zeg Oom & Tante,
Schmidt & Eduard voor mij goeden
dag. Ik hoop maar op Paschen. Steeds
je liefh. broer
Vincent
Mijnheer & Jufvr. Roos & Willem laten je ook groeten_
Daar juist ontvang ik je brief, dank er voor.
Ik ben zeer in mijn schik met het portret, het is
best uitgevallen. Als ik iets naders hoor over
mijn naar Helvoirt gaan schrijf ik het je
dadelijk; ik zou het heel aardig vinden
als wij op den zelfden dag kwamen. Adieu.
Ik ben zeer in mijn schik met het portret, het is
best uitgevallen. Als ik iets naders hoor over
mijn naar Helvoirt gaan schrijf ik het je
dadelijk; ik zou het heel aardig vinden
als wij op den zelfden dag kwamen. Adieu.
Theo ik moet je toch nog eens recommandeeren om pijpen te gaan
rooken, dat is zoo goed als je het land eens krijgt; zooals mij dat tegenwoordig
nog al eens overkomt.
nog al eens overkomt.
Mijnheer [...] groeten_ < In the left margin on p. 1, l. 49-74 (Van Anna [
...
] nieuwsgierig)
In the top margin on p. 2-3, l. 26-74 (terug is [
...
] nieuwsgierig)
Daar [
...
] Adieu. < In the left margin on p. 1, l. 1-19 (den Haag [
...
] Voor hij)
The Hague, 17 March 1873
My dear Theo,
It’s time you heard from me again, and I’m also longing to hear how you are and how Uncle Hein is doing, so I hope you’ll write to me when you can find the time.
You’ll have heard that I’m going to London, and probably very soon. I do hope we’ll be able to see each other before then.
I’ll go to Helvoirt at Easter if I possibly can, but it will depend on the nouveautés that Iterson takes along on his trip. I won’t be able to leave
[2] until he gets back.
Life in L. will be very different for me, for I’ll probably have to live alone in lodgings, and will therefore have to deal with many things that I needn’t trouble myself with now.
I’m looking forward to seeing L. very much, as you can imagine, and yet I’m sorry to have to leave this place. I’m only just noticing how attached I am to The Hague, now that it’s been decided I must go away. Still, it can’t be helped, and I intend not to take things too hard. I think it’s wonderful for my English, which I understand well, though I don’t speak it nearly as well as I’d like.
[3]
I heard from Anna that you had your portrait taken. If you can spare another, I commend myself.
How is Uncle Hein? Certainly no better, and how is Aunt doing? Can Uncle keep himself occupied, and is he in a lot of pain? Give them my warm regards, I think of them so often.
How is business with you? It must be busy, as it is here. You probably know your way around by now.
How is your boarding-house? Is it still to your liking? That’s important. Above all, you must write more about the kind of things you see. Sunday a fortnight ago I was in Amsterdam to see an exhibition of the paintings going to Vienna from here. It was very interesting, and I’m curious
[4] as to the impression the Dutch will make in Vienna.
I’m very curious about the English painters, we see so little of them, because almost everything stays in England.
Goupil has no gallery in London; they only supply the trade.
Uncle Cent is coming here at the end of the month, I’m longing to hear more from him.
The Haanebeeks and Aunt Fie
ask after you constantly, and send you their regards.
What wonderful weather we’ve been having, I’m taking advantage of it as much as I can. Last Sunday I went rowing with Willem. How much I’d have liked to stay here this summer, but we must take things as they come. And now, adieu, I wish you well, and write to me. Bid good-day to Uncle and Aunt, Schmidt and Eduard from me. As to Easter, I’m just hoping. Ever,
Your loving brother
Vincent
Mr and Mrs Roos and Willem also send you their regards.
I just received your letter, for which I thank you. I’m very pleased with the portrait, it turned out well. If I hear anything more about my trip to Helvoirt I’ll write to you immediately. It would be nice if we could arrive on the same day. Adieu.
Theo, I must again recommend that you start smoking a pipe. It does you a lot of good when you’re out of spirits, as I quite often am nowadays.
The directors of Goupil & Co. had decided, after consulting Uncle Vincent van Gogh, to transfer Vincent to the London branch. Mrs van Gogh wrote to Theo: ‘our Vincent, whom Uncle Cent and the other Gentlemen have decided will go to London this summer’ (FR b2597, 1 February 1873).
Vincent and Theo were both at their parents’ house in Helvoirt (North Brabant) for Easter (13 April) (FR b2617 and b2618).
What is meant are the new editions issued by Goupil & Co., in which Teunis van Iterson tried to interest booksellers, printsellers and art dealers during a sales trip. Van Iterson was an employee of Goupil & Co. in The Hague.
Mrs van Gogh reported to Theo: ‘Vincent writes that he finds it strange, always hurrying during the day and then afer 7 p.m. such a quiet evening. Didn’t we write to you about the two parrots at his house, one of whom spoke better English than Vincent himself? I wasn’t sure whether or not he meant the ladies, but Uncle Cent says that having parrots in the drawing room is very common and further inquiry revealed that they were in fact birds’ (FR b2644, 19 July 1873).
It is not known which portrait this refers to. Theo had sent the portrait to Anna, via his parents, shortly before 19 February (FR b2604).
On 2 March Van Gogh visited the Dutch exhibit going to the ‘Internationale Tentoonstelling te Wenen’ (International Exhibition at Vienna), which was held from 19 February to 2 March 1873 in Arti et Amicitiae. See J.J. Heij, Een vereeniging van ernstige kunstenaars. 150 jaar Maatschappij Arti et Amicitiae 1839-1989. Amsterdam 1989, p. 143. The paintings were exhibited from 1 May to 1 November 1873 in the Dutch pavilion at the World Exhibition in Vienna; the Netherlands was represented by 167 works of art out of a total of 6,600. See Jutta Pemsel, Die Wiener Weltausstellung von 1873. Das gründerzeitliche Wien am Wendepunkt. Vienna and Cologne 1989, p. 67. Cf. also Sweetman 1988, p. 43.
The London office of Goupil & Co., 17 Southampton Street, was at first only a stockroom without a shop, an outlet for the wholesale trade of the reproductions published by Goupil. In 1875 the London branch established a gallery open to the public; see letters 27 and 29. Works of art were also sold there, however (letter 15). See also exhib. cat. Nottingham 1974, p. 8.
Sophia (Fie) Cornelia Elisabeth Carbentus-Van Bemmel.
Willem Marinus Valkis was, like Van Gogh, a boarder at W.M. Roos’s.
Edouard Hamman.